Social media zijn er niet alleen om te communiceren, maar ook om te organiseren.
Omringd door oude campagneposters en ander actiemateriaal, ontmoeten wij – Erik van Bruggen en Kathelijne Niessen van campagnebureau BKB – Ron Meyer in een vergaderruimte van de FNV in Utrecht. Wij leerden hem van nabij kennen toen hij er met de titel vandoor ging in de door BKB georganiseerde ‘Beste Raadslid van het Jaar 2014’-verkiezing. Maar hij timmert al langer aan de weg als een volhardende vakbondsman en campagneleider. Vanaf eind november volgt hij mogelijk ook nog eens Jan Marijnissen op als voorzitter van de SP. Never a dull moment voor de charismatische Limburger.
Erik van Bruggen en Kathelijne Niessen in gesprek met Ron Meyer
Ron is geboren en getogen in Heerlen, de stad waar hij ondertussen al tien jaar raadslid is en waar hij met oneindig veel trots over kan praten. ‘Eerst denk je: wat is dit voor een plek, hier wil ik niet dood gevonden worden. Maar als je je even iets meer verdiept in de scherpe rafelranden van die stad, dan wil je nooit meer weg.’ Hier begon zijn fascinatie voor het opkrabbelen van een gemeenschap. Door de jaren heen heeft hij tig campagnes gevoerd, waaronder een succesvolle landelijke schoonmakersstaking en de jongerencampagne Young & United. Wij vroegen hem naar de invloed van moderne technologie op zijn werk, hoe de toekomst eruitziet en de lessen die hij opdeed in de Verenigde Staten.
Young & United is een beweging van werkende jongeren tussen de 17 en 23 jaar, die strijdt voor volwassen loon vanaf 18 jaar, meer vaste contracten en banen waar je van kunt leven.
Ik heb veel baantjes gehad in de horeca en ben ooit als schoonmaker begonnen in de fabriek van het Limburgs Dagblad. In 2002 werd ik officieel lid van de SP. Het was de tijd van Fortuyn en ik vond dat links moest opstaan. Het motto: ‘niet lullen maar poetsen’. SP’ers kwamen altijd actief langs de deuren, wat mij enorm aansprak en de partij had ook scherpe internationale opvattingen. Dat zijn eigenlijk de drie hoofdredenen waarom ik toentertijd besloot om actief te worden. In 2006 kwam ik in de Raad en moest ik als 24-jarige meteen als fractievoorzitter optreden. Dat terwijl ik nog geen minuut ervaring had in de Raad. Ik gooide toen meteen de beuk erin. Als ik daaraan terugdenk, denk ik: dat had af en toe wat minder scherp gekund. Maar ik heb er ontzettend veel van geleerd.
In Maastricht studeerde ik fiscaal recht, wat overigens vrij pijnlijk is om te zeggen voor een echte Heerlenaar. Ik had de naïeve gedachte dat dit zou gaan over de verdeling van kennis, welvaart en macht. Maar in 99% van de gevallen kwam je uit bij bedrijven zoals Deloitte, KPMG en Ernst & Young. Die zijn met veel bezig, maar niet met het verdelen van macht. Toch solliciteerde ik bewust bij zo’n groot kantoor. Ik wilde wel eens zien wat er zou gebeuren als ik bij mijn sollicitatie zou vertellen dat ik lid en actief was bij de SP. De partner bij Deloitte in Maastricht vond dat het bedrijf dat juist wel nodig had en nam mij aan. Het was leerzaam om het bedrijfsleven van binnenuit mee te maken, maar het was niet echt mijn wereld. Na anderhalf jaar ben ik daar vertrokken en zag ik al snel een vacature voor vakbondsbestuurder voorbijkomen. Daar ben ik in de schoonmaak begonnen, wat ik te gek vond.
We hebben toen inderdaad echt iets kunnen opbouwen. Ooit zijn we met rare ideeën en acties begonnen, die achteraf gezien nergens over gingen. Het was met vallen en opstaan. Ik ben daar nog steeds heel trots op en dankbaar dat de bond ons hier de ruimte voor heeft gegeven. Daarvoor hadden we heel veel mensen en middelen bijeengebracht die we konden loslaten op grote campagnes.
‘Het was met vallen en opstaan.’
Dat heeft te maken met de zichtbaarheid. We voerden vaker traditionele acties bijvoorbeeld in de fabriek, maar daar waren wij minder zichtbaar. Voor succes heb je een kern van mensen nodig die bereid is de straat op te gaan. Op ons hoogtepunt hadden we 3000 stakers. Ze waren in het hele land ontzettend aanwezig. Dat was het hoogst haalbare in het organiseren van de schoonmaakbranche. We hebben het ‘militant minority model’ toegepast. Je kunt nooit een hele meerderheid organiseren, maar je hebt zichtbare symbolen nodig. De ‘Justice for Janitors’-campagne diende hier echt als een voorbeeld.
‘Justice for Janitors’ was een sociale beweging die halverwege de jaren tachtig ontstond en vocht voor de rechten van conciërges en schoonmakers in de VS en Canada.
Onmisbaar. Het is fascinerend dat toen ik begon in 2005, ik de weg nog moest opzoeken op een kaart. Dat kunnen we ons niet meer voorstellen. Tegenwoordig is er zoveel informatie over buurten, wat mensen doen en vinden. Iedere campagneleider die zegt dat ze daar geen gebruik van maken liegt, of weet nog weinig van campagnes. Toch lopen we in Nederland nog mijlenver achter op bijvoorbeeld Amerika.
‘Toch lopen we in Nederland nog mijlenver achter op bijvoorbeeld Amerika.’
Bij elke deur wisten ze precies wie er woonde, hoe oud ze waren en of ze Republikein of Democraat waren. Mijn oren klapperden werkelijk. De data en de analyses waren fascinerend, maar ik was vooral onder de indruk van de mensen die uit het hele land kwamen om te helpen waar het nodig was.
Verschillende redenen. Door hun politieke systeem is de nood veel groter om zich goed te organiseren en ze zijn er ook veel beter in. Als je politieke macht wilt hebben in je stad of buurt, moet je eerst een sterk collectief organiseren. Bovendien gaan de debatten daar veel meer over waarden. De vastberadenheid onder de mensen die goed georganiseerd zijn en de energie die daarbij loskomt is fantastisch.
We waren nog niet zo ver tijdens de staking en dachten dat de schoonmakers minder van social media gebruikmaakten. Dat was een misvatting: alle schoonmakers zitten op Facebook. Een grote groep mensen had negen weken lang met elkaar gestaakt en had daar ook vrienden aan overgehouden. Dat contact werd ook via Facebook onderhouden. Wij zonden ook wel veel tweets en Facebook-posts uit, maar hebben onze kanalen niet gebruikt om mensen te vinden. Dat deden we wel succesvol met Young & United.
Bij Young & United hebben we meer dan de helft van onze leden via Facebook gevonden. Ze vinden is stap één, maar om ze te activeren heb je altijd een-op-een contact nodig. Daarvoor moet je ze bellen of naar ze toe. Dat is de beproefde methodiek die veel tijd, energie en geld kost. Ik geloof niet dat het zonder deze methode kan. Je zult naast je online bezigheden het oude energie kostende werk moeten verrichten.
We hebben een tijd geleden in Heerlen met de SP een ‘klopclub’ opgericht. We gingen altijd al langs de deuren, maar nu planmatiger, gestructureerde en beter. Moet je nagaan waar je als sociale beweging toe in staat bent als je dat in het hele land planmatig doet. Daar kunnen werkgevers niet tegenop adverteren en lobbyen. ‘They’ve got the money, we’ve got the numbers.’
Young & United heeft ongeveer 3000 leden.
‘They’ve got the money, we’ve got the numbers.’
Ja, als je sneller tot een betere analyse komt, kun je een betere keuze maken. Politiek of vakbondspolitiek draait altijd om het dominant maken van je waarden. Geen enkele boodschap is succesvol als er geen waarde aan vast zit. Dit is iets wat je de komende jaren nog meer zult gaan zien in de Nederlandse politiek en de sociale beweging. Het dominant maken van je politieke ideeën of waarden kan daarom met moderne technologie veel beter georganiseerd worden. Dat gaan wij de komende jaren nog beter leren en ik geloof heel erg in de positieve effecten hiervan.
Wat nu Facebook is kan over een jaar een totaal ander programma zijn. De sociale beweging, inclusief de progressieve politiek, moet voorop lopen met het toepassen van nieuwe technologie en daarmee mensen overtuigen. We kunnen mensen nu al via social media vinden. Dat zal alleen maar toenemen. Campagnes die geen gebruik maken van social media om mensen te vinden, zullen in de toekomst kansloos zijn.
Foto’s door Eva van Rijnberk

