Gewoon een vriendschap van vijftien jaar.

Sinds dag één werkt BKB samen met een keur aan grafisch ontwerpers. Zowel grote bureaus als zelfstandig ondernemers. Met enkelen hiervan heeft het bedrijf een bijzondere band opgebouwd. Grafisch ontwerper Floor Wesseling was er vroeg bij: ‘Ik deed al weleens een opdrachtje voor ze, in het jaar dat ik afstudeerde en zij net begonnen waren.’ Kim Lewis sprak met hem over zijn liefde voor heraldiek, voetbalshirts en, natuurlijk, het bedrijf: ‘Ik vind cyaan heel mooi, en het is een sterke kleur. Alleen het is niet BKB.’

Kim Lewis in gesprek met Floor Wesseling

Recht van de pont fietsen we zonder te stoppen een kolossale scheepswerf in. We zijn op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord, een van de laatste rafelrandjes van de stad. In de oude loods werden vroeger schepen gebouwd. Tegenwoordig zijn er onder het 20 meter hoge dak zo’n 200 creatieven gehuisvest, waaronder sinds 2006 Floor Wesseling.

Bij het betreden van de zelfgebouwde ruimte valt op dat hij deze geheel naar zijn hand heeft kunnen zetten. Voetbalshirts tot aan het (vijf meter hoge) plafond, overal schetsen, laptops, spuitbussen. Floor vertelt enthousiast, met Amsterdamse tongval. Vragen stellen is bijna niet nodig. Wel geven we hem een voorzichtig seintje wanneer de koffie al een kwartier klaar staat te pruttelen.

Floor werkt vanuit de bijzondere creatieve broedplaats Kunststad, gevestigd in een loods op de Amsterdamse NDSM-werf.

Heraldiek

Mijn opa verkocht na de oorlog van alles aan de deur. Tandpasta, paperclips. Op een gegeven moment verkocht hij ‘blauw bloed’ aan de deur. Nepcertificaten. Mensen kochten zo’n ding en dan waren ze van adel. Hoppa. En belangrijker nog dan dat papiertje: ze kregen een schild, een familiewapen.

Hij had een boek gejat uit het gemeentelijk archief van Assen, een handleiding heraldiek. Toen ik net was afgestudeerd kreeg ik dat boek in mijn handen gedrukt. Een oud boek uit 1894. Het bleek echt een soort legodoos voor ontwerpers te zijn, een duizend jaar oude beeldtaal bestaande uit kleurtjes, regeltjes, vormpjes. Niet alleen regels over de te gebruiken afbeeldingen, van draken tot bomen, maar ook zaken die voor de hedendaagse ontwerper vanzelfsprekendheden zijn. Contrastregels. Wit en goud mogen alleen naast een kleur. Geen blauw op groen. Dat soort dingen. In de romantische negentiende eeuw werd de riddertijd weer heel erg opgehemeld en daarmee de heraldiek geherintroduceerd in Europa.

Kijk, als jouw zoon trouwt met een dochter van adel en die krijgen een kind, dan erft dat kind beide familiewapens. In beginsel was dat heel strak door het midden. Twee helften. Dan had je een halve leeuw en een staart van een draak. Heel raar. Later, toen heraldiek wat meer ontwikkeld was, werden de wapens netjes in vieren ontworpen. Zodat ze makkelijker samengevoegd konden worden.

Blood In, Blood Out

Hier wilde ik iets mee doen in mijn werk op de Kunstacademie, maar dat werd al snel te abstract. Ik begreep het zelf ook niet meer, dus ik legde het naast mij neer. Maar het jaar daarop keken we met een groep vrienden naar het EK voetbal. Eén van hen zei: ik ga komend jaar naar Italië om te werken. Met mijn vrienden kibbelden we erover of hij nou een Milan of een Inter-shirt moest kopen. Ineens zag ik het: ‘Nee, man! Je moet gewoon allebei doen! Ik deel ze gewoon door de helft, volgens dat heraldiek-ding!’

Voetbalshirts zijn natuurlijk draagbare vlaggen, zeker landenshirts. En het is heel direct aan heraldiek verbonden: ridderspel, brood en spelen. De felle kleuren, het sportieve, de strepen, noem maar op. En het delen, een soort Romeo en Juliet-huwelijk, waar verbroedering en rivaliteit elkaar ontmoeten. Dát leek mij heel interessant.

In exposities merkte ik dat mensen het heel tof vinden, maar ook dat de locale confrontatie niet geaccepteerd wordt. Het project is blijkbaar leuk, totdat het over jezelf gaat. Maar het resultaat is dat ik tegenwoordig shirts kan maken voor mensen die uit twee landen komen. Shirts die voor de massa niet interessant zijn, maar wel voor de persoon waarop het van toepassing is. Een jongen met een Griekse vader en Portugese moeder, die kan eindelijk een shirt dragen van wat hij werkelijk is. Zíjn bloed. En dat is heel tof. Eigenlijk maak ik er van alles maar één. Behalve Nederland-Duitsland, en Nederland-Marokko. Haha, daar heb ik er heel veel van.

Een groot deel van de shirts gemaakt voor het Blood In, Blood Out-project zijn te vinden op de bijbehorende website.

‘Kunnen we er een leeuw opgooien?’

Oranje-shirt

Dit was de aanleiding voor Nike om mij te bellen om ‘echte’ voetbalshirts te ontwerpen. Dat kon niet freelance, dus toen heb ik maar gezegd: ‘Nou, ik doe het alleen als ik het Nederlands Elftal mag doen.’ (Lacht)

Toen zeiden ze: ’Is goed. Begin maar.’

Tja, wat gaan we dan doen? Dit speelde allemaal in de aanloop naar het EK 2012. Ik dacht bij mezelf, wat is nou hét essentiële Nederlands Elftal-shirt? Volgens mij gewoon een simpel Nederlands shirt met een dikke vette leeuw erop. Kan dat? Kunnen we er een leeuw opgooien? We hadden een prachtig excuus gevonden: over twee jaar zou de KNVB 125 jaar bestaan. Stel nou dat ik het frame als jubileumshirt? Jubileeuwum, leeuw, zoiets. Ik wist natuurlijk dat als hij er eenmaal op zou staan, de supporters zouden willen dat ‘ie bleef.

Toen we het EK verloren, vertrok Van Marwijk en kwam Van Gaal. En het shirt was nog niet gepresenteerd. Ik was zwaar zenuwachtig, want ik ben vette fan van Van Gaal. Vanwege Ajax ’95. Er moest echt iets gebeuren, want het ging niet goed met Oranje. Ik dacht: ik kan íets aan het team bijdragen via het tenue. Het uniform. Kort voordat ik het nieuwe ontwerp presenteerde, besloot ik mijn presentatie helemaal om te gooien. Ik begon met een lezing over Willem van Oranje, de Tachtigjarige Oorlog, de identiteit van Nederland, de oorsprong van de leeuw. Vervolgens een analyse van 125 jaar Nederlands voetbal. Alle shirts laten zien, een heel verhaal. En daarmee laten zien wat de essentie is van Oranje. Om ze vervolgens een heel simpel oranje shirt verkopen, met een dikke vette leeuw erop. Alle franje eraf. Oranje zonder franje! Je moet het verdienen om hierin te mogen spelen. Eenvoud plus eer is eenheid. Alsjeblieft. Nou, van Gaal vond het fantastisch!

Voorjaar 2014 wordt het nieuwe tenue van Oranje gepresenteerd, waarin het Nederlands elftal op het WK in Brazilië derde zou worden: Shirt met geschiedenis voor Oranje op WK (Parool, 3 maart 2014)

BKB

Toen ik studeerde, werkte ik met Maarten (van Heems, partner bij BKB, red.) bij de Kinko’s copyshop op de Overtoom, in 2000 ofzo. BKB zat toen nog op een zolderkamer op de Prinsengracht. Ik deed al weleens een opdrachtje voor ze, in het jaar dat ik afstudeerde. Het jaar daarna nam ik deel aan de Academie. Meer voor de lol, even kijken hoe ‘dat wereldje’ is. Zo leerde ik BKB kennen.

Op een dag zei Simon (van Melick, red): we krijgen een nieuwe huisstijl. Ik zei altijd: waarom houden jullie die mannetjes niet, die silhouetten? Dát is iconisch. Kijk maar naar het Michael Jordan-logo, dat heeft echt een eigen smoel. Ik zei: ‘Je gaat toch niets doen met tekstballonnetjes, hè! Want dat is nu mode.’ Simon zei niks. Haha, toen wist ik natuurlijk dat dat exact was wat ze gingen doen. Ik vond het niet slecht hoor, het werkte wel goed. Maar ik zou die letters gewoon boven de oorspronkelijke mannetjes hebben geplaatst. Echt zonde dat ze die hebben weggedaan. Maar goed, ik wist toen al wel: deze huisstijl heeft een houdbaarheidsdatum.

Eind 2013 werd ik al gevraagd na te denken over een nieuwe huisstijl. In de loop van 2014 kwam er een pitch, waar ik drie opties heb ingediend die ik eigenlijk nog steeds heel vet vind. Maar ja, die zijn het niet geworden. Al waren ze wel goed genoeg om mij de pitch te laten winnen en betrokken te blijven bij het bedrijf. Met BKB werken is voor mij gewoon een vriendschap van vijftien jaar, weet je wel. Ik zie elk jaar het kantoor groter worden, ik zie hoe succesvol het wordt, maar als ik binnenkom denk ik telkens aan die zolderkamer. Trappetje omhoog, en dan zitten daar drie jongens in de schaduw te werken.

Ook bij meetings. Ik presenteer iets aan ze, en dan gaat het los, omdat ze voor mij geen schone schijn meer gaan ophouden. Dan zit ik gewoon te kijken naar ze, naar hoe ze onderling de discussie voeren. Ik zit daar maar. Af en toe laat ik nog iets zien en dan kibbelen ze onderling verder. Hoef ik geen woord te zeggen. Heel anders presenteren dan bij de meeste opdrachtgevers, haha.

‘Als ik binnenkom denk ik telkens aan die zolderkamer.
Trappetje omhoog, en dan zitten daar drie jongens
in de schaduw te werken.’

We zijn er nu bijna! Het gaat alleen nog over een motto. We hebben heel lang gezocht naar de kern van de identiteit van BKB en we zijn alle kanten opgegaan. Maar dat geduld heb ik wel voor BKB, ik vind het zelfs leuk. Dat zou ik nooit voor een andere opdrachtgever doen. Dan zit Alex (Klusman, red.) op de fiets en ziet hij iets waarvan hij gelijk een foto appt. ‘Dit wil ik.’ Of: ’Laat die andere gasten maar lullen, ik wil gewoon die gebalde vuist hebben. Ik heb hem al als screensaver.’ Typisch Alex, haha.

Op een gegeven moment kwam het Academieboek tussendoor. Dat kreeg voorrang. In dat boek kwamen allerlei ideeën en discussies uit onze zoektocht naar de BKB-huisstijl samen. Een van mijn voorstellen was om politieke barometers, staafjes, te gebruiken als stokken voor letters. Dit werd de basis voor het nieuwe lettertype. Ook legde ik de staafjes als stroken over foto’s heen, alsof de toner van de printer op was. Dit werd een bepalend stijlmiddel in het boek, terwijl het begon als oplossing om beelden van lage resolutie toch te kunnen gebruiken. Het Academieboek werd een belangrijke vingeroefening voor de nieuwe huisstijl.

Daarna zijn we op zoek gegaan naar een familiewapen, een schild. Mijn motief was om toch de drie mannetjes terug te brengen, maar dan als ingrediënten in een gildewapen. Door de drie oprichters terug te brengen naar hun herkomst. Bij Booij werd dat Breda, bij Erik Friesland, en bij Alex Zambia. Dus ik had een stad, een provincie en een land. Toevallig heb ik het nationale shirt van Zambia ook ontworpen, dus ik wist hoe hun wapen eruit zag met de Victoriawaterval erop. Daarnaast de kruizen van Breda, en de pompeblêden. Met deze ingrediënten hebben we van alles geprobeerd, maar het werd telkens te rommelig of te Lowlands.

‘Mijn motief was om toch de drie mannetjes terug te brengen.’

‘Het Academieboek werd een belangrijke
vingeroefening voor de nieuwe huisstijl.’

Op een dag krijg ik wéér een app van Alex, nu op vakantie in Frankrijk. ‘Ik sta voor een supermarkt en kijk naar hun logo, en ik zie dat het heel mooi is als het alleen dat wapen is, met niets eromheen. Geen bullshit. Dat doen we!’ Dus ik ging naar BKB met een nieuw voorstel met de verwachting dat Alex daar ook zou zijn. Zit ‘ie nog in Frankrijk! Gelukkig werkte het heel goed en kon de rest zich er ook in vinden.

Kleur is ook belangrijk. Ik wil dat graag divers houden, het liefst stap ik af van het cyaan. Nee, wacht, dat is niet waar. Het liefst vul ik het aan met andere kleuren. Het idee is om rood, groen en blauw te gebruiken. Links, midden rechts. Dat is politiek, waaruit de BKB (sic!) is ontstaan. En ik snap niet dat ze niet met rood werken, waarom dat conservatieve blauw gebruikt wordt. Piet Zwart zei al: een poster is niet goed als er geen rood, zwart en wit inzit. Dat zijn de essentiële grafische kleuren. Kijk maar naar het voetbalveld, de beste shirts bestaan uit die kleuren. Dat is puur visueel.

Blauw is mijn favoriete kleur. Maar als je uit Niet Nix ontstaat, moet je dat rood ook meedragen. Je moet iets durven zijn. Ik vind cyaan heel mooi en het is een sterke kleur. Alleen het is niet BKB, vanuit de gedachte, maar dat is het wel geworden, vanuit de toepassing. Tja, als je tien jaar lang tegen een blauwe muur aankijkt, denk je vanzelf dat dat je DNA is. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Het mooie is dat het wel écht een democratisch proces is. Geen poldermentaliteit, zeker niet, er wordt ook keihard gevochten. Maar er wordt wel gezocht naar een overeenstemming die een bepaalde waarde vasthoudt. Een bepaalde kracht. Waar iedereen zich in kan vinden, zonder in compromissen te vervallen. Er zal nooit voor een grijze massa gekozen worden, iets wat je ook ziet in het werk dat ze maken. Er wordt altijd binnen de beperkingen van de praktijk gezocht naar iets met behoud van ballen. Stoer, sterk en BKB.

‘Het mooie is dat het wel écht een democratisch proces is.’

Foto’s door Wouter Lemm

Terug naar boven
Verhalen zijn er om te delen: